Technische tips: ABS en ESP
Nu de winter voor de deur staat, bewijzen het ABS- en ESP-systeem aan boord van uw wagen meer dan eens hun nut. Hoe beide systemen werken en wat de voordelen zijn, leggen we u hieronder uit.
ABS: Altijd Blijven Sturen
ABS is de afkorting voor antiblokkeersysteem. Het systeem zorgt ervoor dat de wielen van de wagen bij hevig remmen of bij remmen op een natte ondergrond niet blokkeren. Doordat de wielen van de wagen niet blokkeren kan u als bestuurder steeds blijven sturen.
In tegenstelling tot wat vele mensen denken, verkort ABS de remweg niet. De remafstand is afhankelijk van onder andere de ondergrond waarop geremd wordt. In bepaalde omstandigheden kan een blokkerend wiel zelfs een kortere remweg hebben dan een draaiend wiel.
ABS maakt gebruik van een magnetische sensor. De sensor meet hoeveel keer een metalen ring - die meedraait met het wiel - langskomt. Indien de ring niet meer langs de sensor passeert betekent dit dat het wiel op dat moment blokkeert. De computersensor grijpt op dat moment in en het remmen wordt onderbroken. Op die manier begint het wiel opnieuw te draaien en vindt de wagen opnieuw grip. Het spreekt voor zich dat dit proces zich in een fractie van een seconde afspeelt en u als bestuurder daar weinig of niets van voelt.
Zoals eerder aangehaald, is het grootste voordeel van ABS het feit dat de wagen onder alle omstandigheden controleer- en bestuurbaar is. Bij een hevig remmanoeuvre zonder ABS zou de wagen gewoon rechtdoor schuiven. Een wagen met ABS blijft op dat moment bestuurbaar.
Mocht u ooit tijdens het remmen een hevig remmanoeuvre moeten uitvoeren raden wij u aan steeds naar het punt te kijken waar u heen wil en niet naar de hindernis zelf. U zal merken dat u op dat moment instinctief het obstakel gaat ontwijken.
ESP: veilig de bocht door
ESP is de afkorting van Electronic Stability Program en gaat nog een stapje verder dan ABS. ESP kan u gerust een elektronische bewaarengel noemen. In noodsituaties gaat het ESP-systeem een slipsituatie corrigeren door één enkel wiel af te remmen. Welk wiel er juist wordt afgeremd is afhankelijk van de situatie.
Globaal kunnen we stellen dat er 2 soorten slipsituaties zijn: onderstuur & overstuur. Een wagen die onderstuurd is, schuift weg over de voorwielen. Concreet zou je kunnen zeggen dat de wagen minder scherp draait, dan wordt verwacht. Indien een wagen te kampen heeft met overstuur, verliezen de achterwielen eerst grip. De wagen draait scherper dan verwacht.
Als een wagen in een slipsituatie raakt grijpt het ESP-systeem in door de wagen af te remmen en de motorelektronica bij te sturen. Hiervoor gebruikt het ESP-systeem onder andere dezelfde sensoren als het ABS-systeem.
Wanneer de auto dreigt weg te glijden over de voorwielen (onderstuur) dan zal het ESP-systeem het binnenste achterwiel afremmen waardoor de neus van de auto weer naar binnen komt en de wagen weer de richting volgt die door de bestuurder werd aangegeven. Wanneer de auto in een bocht aan de achterzijde overstuurt, wordt juist het buitenste voorwiel afgeremd om de auto weer in het juiste richting te krijgen.
Doordat het systeem bliksemsnel ingrijpt, voelt u dit als bestuurder nauwelijks. Normaal blijft het ESP-systeem van uw wagen dan ook ingeschakeld. Rijdt u met sneeuwkettingen, raden wij aan het systeem uit te schakelen.